Info

Uit de Volkskrant: Documentaire over fameuze modefotograaf Helmut Newton is verhelderend en onderhoudend ★★★★☆

 Cécile Narinx - september 2020

Volkskrant: Cécile Narinx 

De erotische mannenfantasieën van fotograaf Helmut Newton ( 1920-2004 ), kunnen die nog door de beugel? Moderedacteur Cécile Narinx keek naar de documentaire The Bad and the Beautiful en amuseerde zich enorm.

Fotografen die weinig of niks vertellen over hun werk omdat ze hun beeld voor zich willen laten spreken: je kunt er de gracht mee dempen, zo veel zijn het er. Logisch ook. Waarom zou je je mond gebruiken als je camera je instrument is? En als je een foto tot in de details moet uitleggen, is het dan wel een geslaagde foto?

Toch kan het wel degelijk toegevoegde waarde hebben om te weten hoe en waarom bepaalde foto’s zijn gemaakt. Zoals die van Helmut Newton, hoofdpersoon in de documentaire The Bad and the Beautiful van regisseur Gero von Boehm. Newton stierf in 2004 nadat hij een hartaanval kreeg in zijn auto, tussen Chateau Marmont en Sunset Boulevard in Los Angeles. Een oude witte man van in de 80, die werk maakte dat bekend stond als fetisjistisch en seksistisch: veel naakt, hoge hakken, jarretels, rode lippen, lakleer, zwepen – en een enkele keer zelfs met een paardenzadel op een vrouwenrug. 

Weinig subtiele, heteroseksuele mannenfantasieën die een dik decennium later, in het holst van het #MeToo-tijdperk alleen maar ongepaster en gedateerder leken; zoiets als roken in een vliegtuig. Dat Newton een beeldbepalende portret- en modefotograaf was die waarachtig – excusez le cliché – iconische foto's maakte, zoals die van het model in de Yves Saint Laurent-smoking op Rue Abriot in Parijs, leek bijna vergeten.

Hoewel Newton al 16 jaar morsdood is, heeft filmmaker Von Boehm, een persoonlijke vriend, hem met deze documentaire weer springlevend gemaakt. We horen en zien de fotograaf praten, veelal in het Duits, ’s mans moedertaal. Wie nog niet door had dat alle kinky fratsen op zijn foto’s met een knipoog bezien moeten worden, die snapt het bij het zien van de door Von Boehm afgenomen interviews en de archiefbeelden van Newton. Een amusante figuur is het, met een prethoofd, glimmende oogjes en een aanstekelijke schelmenlach. Iemand die dingen zegt als: ‘In der Fotografie gibt es für mich zwei dreckige Wörter: Kunst und guter Geschmack’ – kunst en goede smaak als vieze woorden dus, een dikke middelvinger naar benepen fatsoensrakkers en hoogsensitieve artistieke zielen. Maar: niks machozwijn, niks vieze oude man, eerder een vrolijke vlegel. Een klein kind in zijn knollentuin. 

Newtons knollentuin waren vooral de pagina’s van glimmende bladen als VogueVanity Fair en Harper’s Bazaar. Een van de talking heads in de documentaire is zodoende de bezonnebrilde Anna Wintour, editrix van de Amerikaanse Vogue, die Newton met grote regelmaat inhuurde voor modeshoots. Dat leverde met even grote regelmaat relletjes op, bijvoorbeeld toen model Nadja Auermann in een rolstoel, op krukken en met allerhande orthopedische staketsels werd gefotografeerd in strenge zwarte kleding en op stilettohakken. Wintour koos er bewust voor om de provocatieve, snoeiharde fotografie van Newton in haar blad te laten zien, ter afwisseling van bravere shoots – zoals een chef-kok af en toe een pepertje nodig heeft om een diner spannend te houden. Dat zijn werk verontwaardiging en afschuw zou oproepen, daarvan was Wintour zich terdege bewust, zegt ze. Net als Newton zelf, die zich verkneukeld kon verheugen op de boze lezersbrieven. De hoofdzaak was, vond hij, dat hij maakte wat hem zelf beviel.

Dan is er nog het verhaal over de gebraden kip die gebruikt werd voor een juwelenshoot, en de poppenschoentjes die ervoor moesten worden ingevlogen: heerlijk decadente inside informatie. En de reden voor de shoot waarbij Newton gekleed in regenjassen poedelnaakte vrouwen fotografeerde, met zijn vrouw June met een dead pan uitdrukking ernaast, ook al zo’n goed verhaal. Het zat namelijk zo: Vogue Hommes vroeg Newton om een modeshoot met regenjassen te doen. Newton nam de klus aan, maar besloot om die regenjassen zelf aan te trekken en de modellen bloot te fotograferen, in een spiegel. Zijn vrouw zat erbij en keek ernaar, zonder benul dat ze in beeld was. 

Deze mevrouw Newton, Australische en geboren als June Browne, stond aanvankelijk zelf ook voor de lens van haar man. Zo tegen het eind van de documentaire zien we haar op archieffoto’s, een piepjonge en beeldschone actrice die Newton ontmoette toen ze model kwam staan in zijn fotostudio. Een jaar later trouwden ze, om tot Newtons dood bij elkaar te blijven.

 Vanaf 1970, toen Browne in een noodgeval inviel voor haar zieke man, fotografeerde ze ook zelf. Onder het pseudoniem Alice Springs publiceerde ze in grote modebladen en exposeerde ze samen met haar echtgenoot. De Newtons hadden naar het zich laat aanzien een ideaal huwelijk, zowel privé als professioneel; twee mensen die elkaar de ruimte en het succes gunden. Nergens in de documentaire rijst het vermoeden van jaloezie of onvrede over de jeugdig-smeuïge onderwerpkeuze van meneer. Sterker nog: June legde haar door modellen omringde man telkens weer liefdevol vast. 

Wat ook helpt bij het anders en vooral milder kijken naar Newtons werk zijn Von Boehms interviews met die formidabele modellen en actrices die zich door hem lieten fotograferen. Grace Jones bijvoorbeeld, die toegeeft dat Newton best een beetje een pervert was, maar dat dat voor haarzelf net zo goed geldt – gevolgd door een klaterende lach. Maar, zegt Jones: het werd nóóit vulgair. Charlotte Rampling herinnert zich de respectvolle manier waarop Newton haar behandelde, zegt dat hij haar kracht gaf en dat de wereld nooit een stapje verder komt zonder provocateurs. Ook Marianne Faithfull, Nadja Auermann, Isabella Rossellini, Claudia Schiffer en Hannah Schygulla spreken vol lof en warmte over de oude meester, hoe ze zich in zijn nabijheid veilig voelden, goed en sterk. 

Het enige puntje van kritiek in de documentaire wordt geuit door feminist Susan Sontag, in een archieffragment uit de Franse literaire talkshow Apostrophes uit 1979, waarin ze Newton misogynie verwijt, júist omdat hij zo hartstochtelijk verklaart hoeveel hij van vrouwen houdt – waarna ze de vergelijking maakt met meesters die dol zijn op hun slaven. Een ander ongemakkelijk, maar verhelderend moment is dat waarop Newton uitlegt waar zijn voorliefde – noem het gerust obsessie – voor grote, gezonde, blonde Walkuren vandaan komt: als jonge jongen in Berlijn zag hij de films van cineaste Leni Riefenstahl, gespecialiseerd in Körperkultur en het tonen van statueske Arische amazones. In 1943 maakte ze in opdracht van Goebbels de nazipropagandafilm Triumph des Willens. Newton, die toen nog Neustädter heette, was Joods. Zijn eerste schreden op het pad van de fotografie zette hij in 1936 in de fotostudio van de eveneens Joodse Elsie Neuländer Simon, die bekend werd onder de artiestennaam Yva en zou omkomen in een concentratiekamp.

Newton ontvluchtte Berlijn in 1938, op 18-jarige leeftijd, om via Singapore en later Australië de modewereld te charmeren en te provoceren. Zijn beroemdste werk werden de zogeheten Big Nudes, een serie zwart-witportretten van vrouwen ten voeten uit, slechts getooid met pumps, schaamhaar en een superieure blik. Je gaat het pas zien als je het doorhebt, maar ze hadden – met sportkleren aan dan – naadloos in Riefenstahls oeuvre gepast.

Mooie laatste anekdote uit de documentaire: toen Newton in 1997 Jean- Marie Le Pen voor The New Yorker fotografeerde,  liet hij hem met zijn honden poseren zoals Hitler had gedaan met zijn herder voor fotograaf Heinrich Hoffmann. Of dat met opzet zo was liet Newton nooit los. The Bad and the Beautiful geeft hoe dan ook de nodige duiding en diepte aan het werk van Newton, en is daarnaast bijzonder onderhoudend. Een documentaire van een oude Duitser over een dode nog oudere Duitser: klinkt saai, is het allesbehalve.

Vergelijkbare inhoud

Kunstfotografie: de impact van een momentopname

Nicole Smolenaers - september 2020

Hedendaagse kunst draait om visie en creativiteit

Nicole Smolenaers - augustus 2020

Moderne kunst: in de ban van het experimenteren

Nicole Smolenaers - juli 2020